Almost in Mick, André en Elvis

Door Tim van der Heijden en verschenen in de veertiende editie van Almost in Elvis.

Wat een eer! Mijn goede vriend en Elvis-orakel / -romancier heeft mij gevraagd het album “Almost in love” te recenseren. Sedert de eerste uitgave van dit tijdschrift is deze recensie het eerste dat ik lees als het bij mij thuis op de deurmat valt. Hierbij moet ik ook gelijk bekennen dat ik het album in al die jaren nog nooit geluisterd heb. Vanuit vele invalshoeken is het album al belicht en nu zal de naakte waarheid zich ook voor mijn ogen ontvouwen.
Voordat ik begin moet mij eerst nog iets van het hart. Als mijn goede vriend er niet was geweest had ik Elvis en zijn muziek waarschijnlijk nauwelijks gekend. Als klein jongetje luisterde ik namelijk altijd naar de platen van de Rolling Stones. Deze had ik van mijn vader gekregen als zijn persoonlijke overlevering uit de sixties. Mick Jagger fascineerde mij enorm. Uren kon ik kijken naar die vuige brutale bek van hem waarmee hij vanaf de platenhoes mijn jongenskamer inkeek. Als mijn ouders niet thuis waren (ik was heel verlegen) oefende ik in fantasie-Engels de songs van mijn idolen. Daarbij wierp ik woeste blikken in de spiegel en stampvoette ik op de vloer totdat de buren dachten dat de centrifuge was omgevallen.
Mijn belangstelling voor Elvis kwam pas toen ik van mijn goede vriend – wij zijn bevriend sinds ons achtste levensjaar – een tape kreeg met daarop de Elvisiaanse vertolking van het nummer “Blue Moon” Dat nummer sneed recht door mijn ziel. Die echo op zijn stem was iets wat ik nog nooit had gehoord en dat bijna huilen tussen de coupletten was eigenlijk helemaal niet des Elvis’ maar wel ontzettend mooi! Keer op keer spoelde ik de tape terug om het nummer weer te horen. Vanaf dat moment kon ik op een andere manier naar zijn songs luisteren. Toen ik ook zijn biografieën las, kwam alles nog meer tot leven en werd ik in het kielzog van mijn goede vriend ook “Almost in Elvis”
Maar goed; de recensie. Ik heb “Almost in Love” inmiddels een aantal malen geluisterd en eerlijk gezegd vind ik het geen goed album. De nummers afzonderlijk zijn goed, maar ik vind dat er samenhang ontbreekt. Ik heb het idee dat de nummers lukraak van de plank zijn gerukt en bij elkaar op een album zijn gezet. Arme Elvis; ik heb altijd het idee dat zijn ware talent hem is ontnomen door de op geld beluste productiemaatschappijen. Een beetje vergelijkbaar met André van Duin wiens echte talent naar de knoppen is geholpen door Joop van den Ende. Dat had Mick Jagger nooit laten gebeuren. Maar ja, die studeerde dan ook economie aan de universiteit van Londen.
Liever haal ik in deze recensie een herinnering op die mij plots te binnen schiet bij het luisteren van het titelnummer van het album. De prachtig gearrangeerde crooner-song “Almost in Love”. Ik vind het echt een magisch nummer. De eerste tonen nemen je meteen mee naar je verleden en als je je laat gaan, doemt binnen de kortste keren een dierbaar persoonlijk beeld op. Een beeld dat al jaren was weggezonken in je onderbewustzijn, maar waarvan je je plotseling realiseert hoe dierbaar het moment was. Echt waar. Ik garandeer het je! (Het schijnt dat Elvis het nummer ook speciaal hiervoor gezongen heeft, maar dat heeft hij alleen aan Lisa Marie verteld)
Wat ik plotseling zie is dat ik met mijn goede vriend op een bankje in het park zit. We zijn allebei 16 jaar en we roken een dikke sigaar die we van de vader van mijn goede vriend hebben gepikt. Een Mick Jagger-puber en een Elvis Presley-puber samen op een bankje in het park. Hoe hilarisch. Later zijn we respectievelijk computerprogrammeur en boekhouder geworden. Tja niet iedereen kan beroemd worden, al had het niet veel gescheeld of we hadden het gemaakt als voetbalprof. Een vriendschap tussen Mick Jagger en Elvis Presley had er niet ingezeten, denk ik. Dat hebben wij dan wel weer mooi voor elkaar gekregen. Vanmiddag gaan we samen de tour kijken. Heerlijk!
P.S. kent u onze blog over Chinese restaurants in Nederland al? (www.haaievinnesoep.nl)