Also Sprach Priscilla

Uit de veertiende uitgave, Seeing is Believing, komt het onderstaande korte verhaal, getiteld: Also sprach Priscilla.

‘Toen ik ontvoerd was door die buitenaardse wezens werd ik vastgebonden op een soort van operatietafel en lag Elvis naast me, helemaal naakt,’ zegt Priscilla op fluisterende toon, zodat alleen haar dochter, Lisa, haar kan horen.
‘Roerloos lag hij in het niets te staren. Zijn bakkebaarden en haardos waren spierwit en hij was ouder geworden. Maar hij was niet meer vadsig. Nee, eerder zeer slank. Voordat ik Elvis wilde wakker schudden, werd ik ruw op mijn zij geduwd en zag ik een paar schaduwen in de weer met wat leek op een tuinslang met aan het einde een soort van grote cameralens. De silhouetten leken op grote spinnen met vier poten. Ze hadden kleine hoofden, grote ronde buiken en lange dunne armen. Ik werd hardhandig bij mijn achterste gepakt en een moment later voelde ik dat er iets werd ingebracht. Gek genoeg deed het geen pijn, maar het voelde wel heet aan. Toen ging het licht uit en vrijwel tegelijkertijd schrok ik wakker met mijn hoofd in een bord met rijstepap en zat ik weer waar ik nu ook zit.’
‘Mama, je bent nooit ontvoerd door buitenaardse wezens,’ zegt Lisa rustig en schenkt voor beiden een kopje thee in.
‘Niet gelijk opdrinken hoor, het is nog heet,’ zegt Lisa.
Priscilla kijkt haar dochter geïrriteerd aan en pruilt haar verschrompelde lippen. Ze heeft goed door dat iedereen denkt dat ze gek is, terwijl ze zich nog nooit zo helder heeft gevoeld. Haar eigen dochter en al die trutten in witte jassen, die haar behandelen als een vijfjarig kind dat geboren werd met een zuurstofgebrek. En dan ook nog denken dat ze doof is. Elk gesprek wordt eenzijdig voorzien van teveel decibels. ‘Goedemorgen, mevrouw Beaulieu Presley! Hier, een broodje met kaas!! En thee!!!’
‘Heet? Heet! Een camera in je reet, dat is pas heet, godverdomme,’ schreeuwt Priscilla.
Een zuster komt toegesneld als Lisa haar handen op de knieën van haar moeder legt om haar tot bedaren te brengen. Maar Priscilla duwt de handen van zich af.
‘Terwijl die monsters mij aan het martelen waren, lag je vader daar een beetje voor zich uit te staren. Zo gauw het te moeilijk wordt voor meneer haakt hij af,’ zegt Priscilla luid.
‘Mama, papa is al meer dan vijftig jaar dood,’ zegt Lisa nu op strenge toon.
Priscilla kijkt haar dochter aan en schudt meewarig haar hoofd. Zoveel onwetendheid heeft ze in tijden niet in iemands ogen gezien. Wellicht voor het laatst in haar eigen ogen toen ze begin jaren zestig van de vorige eeuw per se bij haar grote liefde Elvis wilde zijn. Ze voelt zich vervreemd van haar eigen verleden. Een moment vraagt ze zich af of haar herinneringen wel kloppen. Is ze wel de moeder van Lisa? Want ze kan zich niet meer herinneren ooit de liefde te hebben bedreven met Elvis. Wat ze nog wel weet is dat Elvis haar had aangerand, nadat ze had verteld dat ze wilde scheiden van hem. Het ergste vond ze nog wel dat het gebeurde in zo’n anonieme hotelkamer in Las Vegas en niet thuis in Memphis. Ze weet het zeker, Elvis heeft opdracht gegeven tot de ontvoering. Alleen Elvis is in staat om een normale relatie op te bouwen met buitenaardse wezens.
Ach, laat Lisa maar geloven in sprookjes, denkt Priscilla nu ze spontaan weer in de moederrol schiet. Ze glimlacht naar Lisa en neemt een slokje van de lauw geworden thee.
Lisa pakt een bordje van een bijzettafeltje en maakt een broodje met kaas voor haar moeder klaar. Priscilla tuurt naar het ijverige werk van haar dochter.
‘Je vader houdt alleen van kaas, als het vloeibaar is en wegvloeit in de naden van gebakken brood,’ zegt Priscilla zachtjes.
‘Ja, hij maakte wel eens zo’n broodje gesmolten kaas voor mij als ik wakker was geworden van een nachtmerrie,’ zegt Lisa lachend, ‘Wat vond ik dat smerig en hij maar grijnzen. Hij wist verdomd goed dat ik me niet liet kennen. Ik was zo blij dat papa zoiets voor me deed.’
Priscilla ligt met haar hoofd voorovergebogen in de stoel. Ze begint zachtjes te snurken. Enkele minuten blijft Lisa naast haar moeder zitten en geniet van dit moment. Ze slaapt alleen maar en niemand heeft door dat ze knettergek is. Even is alles normaal.
‘Blijf met je poten van me af,’ schreeuwt Priscilla terwijl ze in een beweging recht overeind komt.
‘Ma, rustig. Niemand zit aan je,’ zegt Lisa kalm.
Priscilla tuurt angstig in de ogen van haar dochter. Dit gedrag is nieuw voor Lisa.
‘Ma?”
‘Je vader,’ zegt Priscilla op fluistertoon.

‘Wat is er met papa,’ vraagt Lisa.
‘Hij komt niet van hier,’ zegt Priscilla nog zachter. Ze beweegt haar ogen opzij om er zeker van te zijn dat Lisa de enige is die haar hoort.
Lisa is opgelucht. Zo kent ze haar moeder weer. Liefkozend haalt ze haar handen door het grijze dunne haar van haar moeder.
‘Hij komt van Nibiru. Hij heeft die slang in me…,’ zegt Priscilla nog steeds op fluistertoon.
‘Ma, dat kun je toch niet zeggen,’ zegt Lisa terwijl ze nog steeds haar moeders haar streelt.
‘Ik werd meegezogen door een verblindende witte straal licht en kon nog net een ring van gekleurde lichtjes zien die hevig begonnen te knipperen toen een luik openging en het ineens zwart voor mijn ogen werd.’
Priscilla zakt langzaam door haar benen. Lisa verzet snel de stoel op zodat haar moeder veilig landt. De bejaarde vrouw grijnst ondeugend.
‘Het klinkt misschien gek, maar dat vliegende ding leek een beetje op een hamburger,’ zegt Priscilla op luchtige toon.
‘Als hij in een aardse bui is, wil hij nog wel eens voor me zingen. “Unchained Melody” is mijn favoriet. Dat weet hij. Natuurlijk, hij kan nog altijd gedachten lezen. Dat kunnen ze hè, tot op hoge leeftijd.’
Lisa kan niets anders bedenken dan zuchten en op haar horloge te kijken. Het liefst wil ze nu opstaan en zo snel mogelijk naar buiten rennen. Dochterlief neemt het bordje op schoot en gaat verder met broodjes smeren.
‘Wanneer komt hij weer,’ vraagt Lisa terwijl ze een broodje doormidden snijdt.
‘Ha, dat dacht je,’ zegt de moeder opgewekt, ‘alleen ik kan hem zien. Dat kunnen ze ook hè tot op zeer hoge leeftijd.’
‘Wat kunnen ze tot zeer hoge leeftijd, moeder,’ vraagt Lisa voor het eerst geïrriteerd.
‘Onzichtbaar zijn voor een ander.’