Graceland Too

Toevallig stuitte Herman van der Horst laatst op een artikel, waarvan hij dacht dat deze voorgoed verdwenen was. Het laatste stukje gaat over Graceland Too en Herman gaf aan dat dit wellicht iets voor ons was. Zeer zeker en hierbij publiceren wij een fragment uit dit artikel dat gaat over het bezoek van Herman aan Graceland Too. Het gehele artikel zal in de toekomst nog verschijnen in de papieren editie van Almost in Elvis.Herman van der Horst is freelance journalist en publiceert onder meer in Oor.

“Een rustieke oase
Bob Dylan schreef er een liedje over en William Faulkner woonde er: Oxford. Tegenwoordig is het de residentie van populaire auteurs als Larry Brown en John Grisham, die hier tevens zijn prestigieuze tijdschrift ‘The Oxford American’ uitgeeft. Het tienduizend inwoners tellende Wassenaar van Noord-Mississippi is een rustieke oase in een grimmige woesternij. In het centrum ligt een rechthoekig plein, rond een witte kerk waarvan de torenklok meestal hetzelfde uur aanwijst. De tijd heeft hier geen enkele betekenis. Het idyllische plein lijkt namelijk sprekend op de filmset van ‘Back to the future’. De figuranten zijn een mengeling van studenten van de Ole Miss-universiteit en stadslui, die iedereen begroeten met een ‘great big howdy’. Als het een beetje waait, wordt het hier nog veel gezelliger, want dan valt in Oxford steevast alle stroom uit.
Maar omdat te veel knusheid niet goed voor ons is, volgens we highway 7 noordwaards naar het veel kleinere Holly Springs. In dit plaatsje – dat niet toevallig precies halverwege Graceland en Elvis geboorteplaats Tupelo ligt – bevindt zich een 143 jaar oud herenhuis, genaamd ‘Graceland too’. Op de zolder wonen Paul B. MacLeod en zijn zoon, die hij Elvis Aaron Presley heeft gedoopt. De rest van het huis is een heilige Tempel, die met een onnoembare devotie en liefde is gewijd aan een godheid. Al 43 jaar lang is Paul verzamelaar en het resultaat kan worden omschreven als de grootste Elvis memorabilia privécollectie ter wereld. Herstel: van het universum. Hoewel feitenlijk geen enkele omschrijving recht doet aan wat de MacLeods hebben aangericht.
Bezoekers betalen vijf dollar en kunnen hier 365 dagen per jaar en 24 uur per dag terecht. Wij treffen het. Ditmaal verzorgt vader Paul onze rondleiding. Paul heeft namelijk een loszittend kunstgebit, waardoor zijn spraakwaterval voortdurend begeleid wordt door een vrolijk geklepper. Zijn zoon heeft een fotografisch geheugen. Dat komt goed van pas bij de procedure die hier wordt gehanteerd. Van iedere bezoeker wordt een foto gemaakt. Ook onze foto komt keurig te hangen tussen de 110.000 gelukkigen die ons zijn voorgegaan. Al die foto’s staan gegrift in Elvis Aaron’s monstergeheugen en zo ziet hij in één oogopslag wie dit heiligdom voor de derde maal betreedt. Die persoon wordt automatisch erelid van Graceland Too Ventures en daaraan zijn bepaalde privileges verbonden. Waaronder het recht om gratis de begravenis van Paul en zijn zoon bij te wonen.
Onophoudelijk klepperend leidt Paul ons door trappenhuizen, die behangen zijn met krantenknipsels over de King, onder plafonds bedekt met Elvis-kaarten, langs kabinetten met Elvis-juwelen en zijn laatste concertkaartjes en door kamers vol met goudlamé-kostuums. Het oudste item is een schoolrapport van Elvis uit 1951, met die beroemde onvoldoende voor muziek.
Eén kamer is volgestouwd met tientallen televisietoestellen die continu films, tv-shows en journaals uitzenden. Mocht je je erover verbazen dat op een van die schermen E.T. wordt vertoond, dan kan Paul je haarfijn uitleggen dat in die film ongeveer een halve seconde een Elvis-poster te zien is. En over buitenaardsen gesproken: iedereen weet dat de King dood is, maar… En dan komt Paul met een onnavolgbaar staaltje numerologie tot een verbijsterende conclusie. En hij heeft zelfs de foto’s die onweerlegbaar bewijzen dat Elvis door buitenaardsen ontvoerd is.
Het absolute klapstuk bewaart hij tot besluit, wanneer hij een karaoke-plaatje opzet, een plastic microfoon tegen zijn keel drukt en schuddebuikend ‘Hound dog’ begint te bulderen. Denk erom, Paul is geen Elvis-immitator. ‘Ik ben gewoon een fan’, kleppert hij. ‘Als zodanig wil ik ook begraven worden.’
Als we Graceland Too verlaten, weten we niet goed of we moeten huilen van het lachen of van pure ontroering. Maar een conclusie kunnen we volmondig met de MacLeods delen: ELVIS WILL NEVER LEAVE THIS BUILDING!”