Almost in Love: Somebody turned his back on yesterday

Almost in Love: Somebody turned his back on yesterday, verschenen in de 18e uitgave van AiE, Nothingville.
– vaste rubriek, met een recensie van de langspeler Almost in Love, ditmaal door Nick J. Swarth

Voordat deze bespreking van Almost In Love een aanvang neemt, dienen er twee lijntjes te worden uitgezet.
Allereerst dient er een misverstand te worden gesignaleerd. Ik weet niet meer precies welk nummer van AiE het eerste was dat ik las. Welk nummer het ook was, sindsdien ben ik een toegewijde lezer van de rubriek Almost In Love, naar de gelijknamige LP uit 1970. Toegewijd of niet, toen een van de voorgaande recensenten de plaat in historisch perspectief plaatste, doezelde ik net even weg. Al die jaren dacht ik dat het een melkkoetje was met een random zootje nummers, bedoeld om de fans geld uit de zak te kloppen. De plaat verscheen immers niet bij RCA Victor, maar bij het imprintlabel Camden, dat zich in de jaren zestig toelegde op budgettair aantrekkelijke compilatiealbums met prullerig ogende hoezen.
AiE NjS website 1
Ten tweede. Een jaar voor het verschijnen van de eerste editie van AiE was ik de redder van de eerste (meteen ook laatste) Jailhouse Rock Remembering Party. Nu ja, eerlijk is eerlijk: ik en een mooie jongen.
Onder aanvoering van de Tilburg Cowboys (TCB) werden gedurende één etmaal alle (zegge en schrijve: ALLE!) films van Elvis getoond. Elke AiE-lezer weet dat Elvis een paar toffe films heeft gemaakt. En dat de vingers van één hand volstaan om ze te tellen. Maar dat hij er in totaal 31 heeft gemaakt. Tel uit je winst.
Wat begon als een fijne avond, werd een wrede slijtageslag. De meeste slachtoffers vielen rond zeven uur ‘s ochtends. De door de Cowboys bereidde sandwiches banaan/pindakaas speelden hierbij mogelijk een rol. Van de vier achterblijvers raakten er drie alsnog bedolven onder het zand van Vaak. Ik bleef als enige wakker en keek Fun in Acapulco.
Boven de geïmproviseerde filmzaal woonde de eigenaar van de ruimte met zijn koters. Net op tijd ontwaakte de zoon. In de vroege ochtend kwam hij naar beneden om me gezelschap te houden. Zijn verbale capaciteiten vormden de spreekwoordelijke luciferhoutjes tussen mijn oogleden. Bij afwezigheid van wakkere Cowboys duwden we halverwege de morgen eigenmachtig een nieuwe videoband in de gleuf. De Jailhouse Rock Remembering Party was gered. Hetgeen in de weken erna niet kon worden gezegd van mijn liefde voor Elvis.

Wie durfde vermoeden dat deze twee lijntjes ooit zouden samenkomen? En dan nog wel in AiE, een gedrukt orgaan dat verschijnt in een oplage van vijftig exemplaren. Vijftig exemplaren kunnen onmogelijk verkeerd zijn!
Almost In Love ontpopt zich plots als een coherent geheel. Soort van, want muzikaal gezien schiet het alle kanten op. Daarin zit de samenhang alvast niet. Wel in het feit dat (bijna) al-le songs stammen uit late Elvis-films, de periode ‘67-’70, en op single werden uitgebracht voor ze op de elpee verschenen.
Net als twee andere composities op kant A, A Little Less Conversation en Edge Of Reality, stamt de titeltrack uit het vehikel Live A Little, Love A Little.
Druk je in het verlengde van de zwoele klanken van het stroperige zwijmelbeestje Almost In Love net je hand in je kruis voor enige quality time met jezelf, ramt Elvis eroverheen met Long Legged Girl (With The Short Dress On), een frontaal rockertje uit Double Trouble dat met een snerpende beatgitaarriff de startblokken uitscheurt.
Deze twee films, uit respectievelijk 1967 en 1968, schetsen een onthutsend beeld. Elvis is verworden tot een wandelend anachronisme, een Rip van Winkle die tig jaar heeft geslapen en wakker is geworden in een andere tijd. Terwijl om hem heen de kerels gruwelijk hippe hipsters zijn, besnorde modeslachtoffers in wijdvallende tafelkleedhemdjes, en de meisjes ronddartelen in Mary Quant minirokken en bloemige positiejurkjes, is Elvis, wel… Elvis.
Maar zijn kuif wordt steeds abstracter, tot aan het punt waarop het concept ontsnapt aan het bevattingsvermogen. In Live A Little, Love A Little oogt zijn coupe als een kleimodel, als de mal waaruit de plastic kapsels worden gegoten die je koopt in de feestwinkel. De in de loop der jaren in omvang toenemende wangkoteletten geven het geheel een surrealistisch accent. Als Elvis er dan ook nog een coltrui bij draagt, ziet hij er helemaal uit alsof hij op het punt staat te worden verscheept naar Madame Tussaud.
Long Legged Girl (With The Short Dress On) werd in deze rubriek al eens af geserveerd als teleurstellend, angstwekkend en grof. Het zal bij deze of gene dus enige verbazing wekken dat het een van de bekendste gedichten uit de westerse twintigste eeuwse poëzie parafraseert, William Carlos Williams’ The Red Wheel Barrow. Dat gaat als volgt:

so much depends
upon

a red wheel
barrow

glazed with rain
water

beside the white
chickens.

Elvis was nooit van de ingehouden emotie, dus bij hem hangt er niet slechts ‘zoveel’ vanaf, maar ALLES: ‘Everything depends upon / The long legged girl with the short dress on’. Na 31 Elvis-Gets-The-Girl-vehikels is het geen verrassing dat het witte kippetje gehandhaafd blijft. En wekt het evenmin verbazing als Public Enemy in Fight the Power zingt: ‘Elvis was a hero to most / but he never meant shit to me, you see / straight up racist that sucker was / simple and plain / mother fuck him and John Wayne.’ Waarbij de aanwezigheid van Wayne voornamelijk lijkt af te leiden uit het feit dat zijn naam rijmt op plain.
elviscocopalmsWat voor Public Enemy de grond is om Elvis tot racist te verklaren weet ik niet, maar in zijn laatste film, Change of Habit (1969), doet The King zijn best om het tegendeel te bewijzen. Hij speelt een dokter in een getto (met koteletten tot in zijn oksels, maar zonder kuif). Zijn affaire met de non Mary Tyler Moore is al net zo dwaas als het liedje aan het begin van de film, Rubberneckin, dat kant twee van de plaat opent. In een raciaal gemengd gezelschap van witte, koffiekleurige en zwarte kippetjes verklaart hij zichzelf tot de lanterfanter die hij in de rest van de film überhaupt niet is.
In Stay Away, Joe (1968) is Elvis zelfs een Navajo indiaan! Met een tan uit een heuse tube, dat dan weer wel. Anno nu hebben wij Zwarte Piet en zijn vriendje Blackface, sloom als we zijn, maar in de USA was men zich in 1968 al ruimschoots bewust van het indiaanse drama. ‘At best, the film is a dim artistic accomplishment; at worst, it caters to outdated prejudice. Custer himself might be embarrassed — for the Indians!’ (Variety)
De film is een stapeling van gênante zaken. Waar het precies fout ging? Dat Colonel Parker technical advisor was, zal niet hebben geholpen. De cast is beslist op peil. Zelden werd Elvis geflankeerd door zoveel toffe karakteracteurs: Thomas Gomez, Joan Blondell, Katy Jurado, LQ Jones. Maar Burgess Meredith (de pinguïn uit de sixties tv-serie Batman) als indiaanse pa van Elvis? Het wekt dan ook weinig verbazing dat het gelijknamige lied een pijnlijk vrolijk stampertje is bij een powwow met aan vuurwater lurkende nepindianen. Klukkluk is er niks bij. Gefundenes fressen voor Chuck D. c.s.
Elpee Almost in Love
Muzikaal gezien raakte Elvis na de doorstart van zijn in het slop geraakte carrière verzeild in bombastisch vaarwater, een oceaan verwijderd van de schaars opgetuigde rockdeunen uit de beginjaren. Iemand zal er wel houden van duizend achtergrondzangeressen, tachtig man orkest en een crooner-style productie, maar die iemand is niet de schrijver van dit stuk
Edge Of Reality is een nummer met potentie, bijna modern, on-Elvis-achtig in de grimmige ondertoon. Op Joeptjoep merkt iemand op dat het lijkt op het thema van een James Bond film. Het wordt totaal aan flarden geblazen door de kopersectie, dus dat kan kloppen. Het thema van Thunderball is eenzelfde lot beschoren. Qua sfeer doet Edge of Reality eerder denken aan Shirley Bassey’s duistere Goldfinger en in de film herinnert de fijn uitgelichte choreografie dan weer aan het psychedelische duel dat Christopher Lee en Roger Moore uitvechten in The Man with the Golden Gun. Bij wijze van over de top accent draagt Elvis een pak van lichtblauwe zijde dat bij een medium shot oogt als een pyjama.
Minder slick is de productie van My Little Friend, een verhalend liedje in de trant van Me and Bobby McGee. , Je bent amper twee maten in het nummer en de violisten en blazers barsten los. Op kant B wordt de betrekkelijke eenvoud van Clean Up Your Own Back Yard en U.S. Male vertrappeld door de galopperende hengsten van Charro (Elvis ongeschoren, als een George Michael avant la lettre – gaat dat zien!), tune van de gelijknamige western. ‘You turned your back on yesterday,’ zingt The King. I’ll say!

Van vijf tracks op de plaat word ik blij. Misschien wel van 5½. Eigenlijk alle songs, die niet vallen in de categorie School of Extremely Silly Songs. Mag je zelf bedenken welke het zijn.
Rest me de schone taak om de cirkel rond te maken. Deze elpee voert me terug naar enkele van de diepste emotionele dalen tijdens de Jailhouse Rock Remembering Party. Anderzijds is die nacht in mijn herinnering tot een massief monument uitgegroeid. Zoveel kutfilms op een rij, zoveel Elvis, zoveel volharding! En als je dat al paradoxaal vindt, bedenk dan dat in een eendimensionaal, plat Elvis-vehikel (en dat zijn er al snel zo’n 25) elk liedje, ongeacht welk, een verademing is. Geloof me, ik heb ze allemaal gezien.